Al bijna vijftien jaar brengt het Maasstad Ziekenhuis alle aspecten van de heupfractuur in kaart. Dat begon met Gert Roukema, die naast zijn werk als chirurg met verschillende arts-assistenten onderzoek ging doen. Dat waren meestal losse projecten. Alles raakte in een stroomversnelling toen Louis de Jong in 2016 erbij kwam en er een gedetailleerde database werd opgezet. Sindsdien is de onderzoeksgroep een heuse ‘promotiemachine’. Na Gert Roukema in 2022 en Louis de Jong in 2023 is Veronique van Rijckevorsel in januari van dit jaar gepromoveerd. En volgend jaar is Eveline de Haan aan de beurt. Allemaal dankzij de FAMMI-database.
De FAMMI-database – en de vorige database van Louis de Jong – bevat gegevens van alle heuppatiënten die in het Maasstad Ziekenhuis en het Franciscus Gasthuis & Vlietland worden opgenomen. “Doordat de FAMMI-database is opgezet met veel verschillende variabelen, kun je heel veel onderzoeksvragen beantwoorden op een betrouwbare manier”, legt Gert Roukema uit. “En gevalideerd, want de database bevat gegevens van twee ziekenhuizen. Je kunt dus nagaan of een onderzoek reproduceerbaar is in een ander ziekenhuis. Dat is uniek.”
Onderzoeksvragen
Inmiddels zijn er al heel wat onderzoeksvragen op de data losgelaten. Gert Roukema somt op: “We hebben bijvoorbeeld gekeken naar het effect van bloedverdunners, de duur van operaties, de benadering van de heupkop via verschillende spiergroepen of de betrouwbaarheid van voorspellen aan de hand van röntgenfoto’s.” Louis de Jong onderzocht welke factoren invloed hebben op het ontstaan van een infectie bij het plaatsen van een prothese: de conditie van de patiënt is belangrijk, maar ook de ervaring van de chirurg speelt een rol. Veronique van Rijckevorsel – die de FAMMI-database mee heeft opgebouwd – keek onder andere naar de voorspelling van de overleving van een patiënt met een heupfractuur. Een middel daarvoor is de Nottingham Hip Fracture Score (NHFS) en die heeft ze gevalideerd. Daarnaast onderzocht Van Rijckevorsel de invloed van cognitieve problematiek op het ontwikkelen van een delier en nut en noodzaak van het plaatsen van een drain bij een prothese (die bleek er niet te zijn).
Prospectief en retrospectief
Het Maasstad Ziekenhuis en het Franciscus Gasthuis & Vlietland werken met twee databases met daarin de gegevens van ongeveer 3500 patiënten. Louis de Jong zette een retrospectieve database op waarin alle heuppatiënten vanaf 2011 tot en met 2016 werden geïncludeerd, zo’n beetje fifty-fifty verdeeld over beide ziekenhuizen. Daarin kan met terugwerkende kracht worden gekeken. Vanaf 2018 worden de gegevens van elke heuppatiënt die in een van de beide ziekenhuizen komt, bijgehouden in een prospectieve database: FAMMI.
Voorspellen
Het ‘klapstuk’ waar Eveline de Haan op gaat promoveren is een fijnzinnig statistisch model waarin veel verschillende variabelen – bijvoorbeeld medicatiegebruik, mobiliteit, het hebben van dementie of de albumine in het bloed – voorspellend zijn voor de kans op overlijden na een heupoperatie. Wordt dat hét beslismodel voor patiënten op leeftijd? “Nee, niet alleen”, zegt Louis de Jong. “Het geeft een handvat. Modellen of algoritmes zijn beter in het voorspellen dan experts. Wij kunnen dat gebruiken als ondersteuning, samen met het gesprek met de patiënt en de familie. Want het is meer ethisch om je beslissing met een model te controleren dan alleen maar op je gevoel af te gaan.”
Plannen
Wat gaat de FAMMI-database nog meer opleveren? De onderzoeksgroep gaat binnenkort onder andere kijken naar het effect van de conservatieve behandeling, zo legt Louis de Jong uit. “In Nederland worden steeds meer oudere patiënten met een heupfractuur niet geopereerd. Daar is nog niet veel onderzoek naar gedaan. Wij willen in het Maasstad Ziekenhuis en het Franciscus Gasthuis & Vlietland achterhalen wat de uitkomsten waren. Bijvoorbeeld hoe lang zij nog hebben geleefd.” Zo zijn er nog veel meer plannen, zegt Gert Roukema. “Maar omdat wij geen academisch ziekenhuis zijn, hebben wij geen betaalde onderzoeksplekken. Wij moeten het naast ons werk als chirurg doen en dat is passen en meten. Kijk bijvoorbeeld naar mij. Ik ben in 2008 begonnen en ik heb er tot 2022 over gedaan om tot een promotie te komen.”
“Wij moeten het naast ons werk als chirurg doen en dat is passen en meten.”






