Hoe kun je ervoor zorgen dat patiënten zo fit en gezond mogelijk de operatie ingaan, zodat ze daarna snel herstellen? Deze vraag is het domein van ‘prehabilitatie’; preventieve zorg, die draait om het zo goed mogelijk in conditie brengen van patiënten vóór de operatie, met als doel zo min mogelijk bijwerkingen en een sneller herstel. Een concept dat al wordt ingezet bij colorectale patiënten (met darmkanker), waarbij de focus ligt op fysiotherapie en diëtiek.
Larissa de Meijer doet haar afstudeeronderzoek binnen de prehabilitatie-pilot, die wordt gedaan op de afdeling orthopedie van het Maasstad Ziekenhuis, in samenwerking met ouderenzorgorganisatie Aafje. Haar onderzoek richt zich specifiek op de patiëntervaring en is onderdeel van haar masteropleiding tot verpleegkundig specialist.
Larissa: “Uit de literatuur komt naar voren dat prehabilitatie bij orthopedische patiënten moeilijker is omdat ze vaak veel pijn ervaren. Die pijn zorgt ervoor dat ze moeilijker te motiveren zijn om preoperatief te bewegen. Dus ik dacht, als we kijken naar de patiëntervaring, kunnen we misschien ook kijken hoe we de patiënttevredenheid en therapietrouw zo hoog mogelijk kunnen maken.” De orthopedische patiënten hebben vaak al langer last van hun heup of knie en zijn regelmatig naar de fysiotherapeut geweest. Larissa: “Daar kregen ze dan te horen dat ze eigenlijk niet meer geholpen konden worden en dat ze moesten wachten op een operatie. Vervolgens krijgen ze een datum voor die operatie en worden ze weer terug naar de fysiotherapeut gestuurd.”
Omdat er nog weinig onderzoek gedaan is naar prehabilitatie, wordt deze nog niet vergoed door de zorgverzekering. Larissa: “Dat komt met name omdat de onderzoeken vrij heterogeen zijn: verschillende patiëntgroepen, niet overal hetzelfde fysiotherapieprogramma en de onderzoeken zijn onderling moeilijk met elkaar te vergelijken.” Wel wijzen de verschillende uitkomsten erop dat prehabilitatie een wezenlijk verschil kan maken. Larissa: “Daarom is het goed dat we nu kijken naar het effect bij orthopedische patiënten, zeker omdat het vaak om kwetsbare ouderen gaat, die fysiek zijn aangedaan. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ze zo fit mogelijk de operatie ingaan, met zo min mogelijk bijwerkingen, complicaties en een zo goed mogelijk herstel?” Een ander mogelijk voordeel is dat de opnametijd in het ziekenhuis en revalidatiezorg (van in dit geval Aafje) verkort kan worden en de patiënt sneller naar huis kan.
De pilot is in nauw overleg tussen het Maasstad Ziekenhuis en Aafje opgezet. Larissa: “De patiënten worden geïncludeerd in de polikliniek in het Maasstad Ziekenhuis en vanuit daar doorverwezen naar een fysiotherapeut van Aafje, of een diëtist waar ze de prehabilitatie krijgen aangeboden. De samenwerking verloopt heel soepel, omdat de lijnen kort zijn.” Omdat Aafje aan het Maasstad Ziekenhuis vastzit, lopen de verschillende betrokkenen bij het onderzoek makkelijk bij elkaar naar binnen en vindt er regelmatig overleg plaats: eerst wekelijks, nu maandelijks. Vanuit het Maasstad Ziekenhuis is verpleegkundig consulent orthopedie Christiaan Verhelst projectleider van de pilot. Hij is verantwoordelijk voor de voorlichting aan patiënten en de inclusie voor prehabilitatie. “Zodra de operatie gepland is, vult de patiënt een vragenlijst in. Dit wordt besproken tijdens een voorlichtingsgesprek, waarna patiënten doorverwezen worden.” Hij merkt dat de patiënten welwillend zijn om mee te doen, maar dat hij wel zijn best moet doen om ze te overtuigen van de noodzaak van prehabilitatie. “Ze hebben pijn en zijn gefocust op de operatie. Beweging is dan juist niet iets waar ze voor de operatie aan willen denken.”
Toch is sommige winst al snel geboekt, merkt Christiaan. “Naast voeding, beweging en mentale gezondheid leggen we de nadruk op de voordelen van stoppen met roken en alcoholgebruik. Doordat we dit bespreken zien we dat mensen al geminderd of gestopt zijn.”
Volgens Larissa is één van de uitdagingen dat mensen fysiek naar de therapie toe moeten. “Dat bleek al uit de literatuur en komt nu ook al naar voren uit de pilot.” Ook de financiën vormen een uitdaging, omdat de zorg nu vanuit de aanvullende zorgverzekering vergoed moet worden.
Marco van Duuren, programmamanager behandeling bij Aafje, probeert de noodzaak van prehabilitatie duidelijk te maken bij zorgverzekeraars. “Ik hoop dat deze interventie uiteindelijk tot de basiszorg gaat horen. Zeker de meest kwetsbare mensen hebben vaak geen aanvullende verzekering.” Hij is al negen jaar bezig met het opzetten van een prehabilitatie-programma. “Financiën zijn altijd het grootste probleem geweest, maar dit is juist een voorbeeld van hoe je meer met minder kunt doen. Door leefstijlinterventies zorg je ervoor dat de patiënt überhaupt in betere gezondheid is. Maar, zo zie je maar dat de aanhouder wint. Als je een goed idee hebt, moet je eraan vasthouden.”




