Het zorgplan van regieverpleegkundige Karina de Koning
Minder patiënten die een complicatie krijgen na een operatie aan de grote lichaamsslagader. Met dat doel heeft Karina de Koning een gericht zorgplan ontwikkeld voor deze patiëntengroep. Dat deed ze op basis van onderzoek in wetenschappelijke literatuur. “De verpleegkundigen en vaatchirurgen hopen dat de gemiddelde patiënt straks fitter het ziekenhuis verlaat”, zegt de regieverpleegkundige vaatchirurgie.
Kijk kritisch naar dagelijkse verpleegkundige handelingen. Vraag je af of ze zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis en of er verbetering mogelijk is. Literatuuronderzoek kan je bijvoorbeeld nieuwe inzichten geven.” Dat adviseert Karina de Koning andere verpleegkundigen.
Zelf heeft de 31-jarige net zo’n traject achter de rug. “Het belangrijkste is dat het gaat leiden tot nog betere verpleegkundige zorg voor patiënten”, zegt ze. “Maar ik heb ook baat gehad bij de afgelopen periode, als per-soon en professional. Dankzij het onderzoek ben ik gegroeid: zo zijn mijn onderzoekende houding en analy-ses van patiëntdata verbeterd. Ook was het leerzaam om mijn onderzoeksplan te presenteren aan de vaatchirur-gen.”
Uitdaging
Karina is regieverpleegkundige vaatchirurgie. Twee dagen per week werkt ze in de directe patiëntenzorg op de ver-pleegafdeling Vaatchirurgie en één dag per week heeft ze toegewezen tijd om kwaliteitsbewaking, innovatie, en het inbedden van (wetenschappelijk) onderzoek in de praktijk te bewerkstelligen. Ze ontwikkelt dan onder meer beleid voor nog betere verpleegkundige zorg. “Tijdens die ene dag per week ben ik me gaan richten op een uitdaging binnen de vaatchirurgie”, vertelt ze. “Jaarlijks ondergaan circa 35 patiënten een operatie aan de grote lichaamssla-gader op de afdeling Vaatchirurgie in het Maasstad Ziekenhuis, oftewel aorta. Hun kans op complicaties is relatief groot, zo zien we in de cijfers uit HiX over het refe-rentiejaar 2023/2024. Hun maag werkt niet meer goed (een gastroparese) of er ontstaat een darmstoornis (een ileus). Een patiënt ligt na een operatie gemiddeld 8 dagen in het ziekenhuis maar een patiënt met een compli-catie gemiddeld 12,5 dagen langer.”
“HET DOEL IS DE DARMEN SNEL WEER GOED TE LATEN WERKEN.”
Hoe langer een patiënt in bed verblijft, hoe meer gewicht, spierkracht en conditie hij verliest. Bovendien leidt een lange opnameduur in het ziekenhuis tot hogere zorgkos-ten. Voldoende redenen dus om de kans op complicaties na een operatie te willen verminderen. Karina dook daar-voor de wetenschappelijke literatuur in. Daarna maakte ze een zogeheten CAT: een critically appraised topic. Dat is een samenvatting en kritische beoordeling van een aantal wetenschappelijke studies.
“Tijdens de eerste verkenning kwam ik een aantal ver-pleegkundige interventies tegen waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze het risico op compli-caties na deze operatie verkleinen. Bijvoorbeeld: ervoor zorgen dat de patiënt na de operatie binnen 24 uur weer gaat bewegen, vloeibare voeding krijgt en zijn ontlasting weer op gang komt. Opvallend genoeg vielen deze inter-venties allemaal onder het ERAS-protocol (Enhanced Recovery After Surgery). Dat is een programma om beter te herstellen na chirurgie. ERAS is internationaal een bekende methode.”
Succesvolle interventies bundelen
Na de ontdekking van de succesvolle ERAS-interventies ging Karina na óf en in hoeverre deze in het Maasstad Zie-kenhuis werden toegepast na aorta-operaties. “Er bleek een flinke verbetering mogelijk te zijn. Ik maakte een plan: in wetenschappelijke literatuur zoeken naar zoveel mogelijk succesvolle ERAS-interventies en die bundelen in een zorg-plan voor onze patiëntenzorg. Mijn onderzoeksvraag zou zijn: wat is het effect van het ERAS-protocol op problemen of aandoeningen die het maagdarmstelsel aantasten na een aorta-operatie? De vaatchirurgen waren enthousiast. In november 2024 ging ik aan de slag.”
De klus was geklaard in maart 2025. “Mijn CAT is gebaseerd op drie artikelen. Het onderzoek heeft uitgewezen dat het ERAS-protocol bijdraagt aan versneld herstel van de darm-functie. En aan vermindering van het aantal postoperatieve problemen of aandoeningen die het maagdarmstelsel aan-tasten.” Nu werkt Karina met teammanager Tineke van Eck aan plannen om het zorgplan toe te passen. “We hopen het in te voeren in het eerste kwartaal van 2026. Dan gaan de vaatchirurgen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en diëtisten ermee werken.”
“DOOR TERUGHOUDENDHEID MET OPIATEN KUNNEN BIJWERKINGEN, ZOALS DARMVERSTOPPING, WORDEN VOORKOMEN.”
Drankje
Wat verandert er? Karina geeft voorbeelden: “Voor de ope-ratie krijgt de patiënt een bepaalde drank, Nutricia Pre-op: niet-koolzuurhoudende, koolhydraatrijke drank met smaak. Daardoor gaan de darmen na de operatie sneller werken en verliest de patiënt minder gewicht. Verder wordt al op de dag van de ingreep gekeken of de patiënt vloeibare voe-ding kan verdragen. Het doel is dat de patiënt, na een tussenstap met gemalen voeding, op de tweede dag na de operatie een optimaal dieet kan verdragen, zodat de dar-men snel en weer goed gaan werken. Het zorgplan voorziet ook in beweging. Daarbij begeleidt een fysiotherapeut de patiënt: op de dag van de operatie zitten en bewegen op de bedrand, een dag later ernaar streven om aan tafel naast het bed te eten en de dag dáárna is het doel om te lopen op de kamer. Gaat dat allemaal goed? Dan probeert de patiënt de dag erna te lopen op de afdeling.” Karina vervolgt: “Een andere verbetering is dat we terug-houdend zijn met het toedienen van opiaten. Deze worden nog maar uitsluitend gegeven wanneer de patiënt daad-werkelijk pijn heeft. Door terughoudendheid met opiaten kunnen bijwerkingen, zoals darmverstopping, worden voor-komen.”
Sneller naar huis
Wat adviseert Karina verpleegkundigen met onderzoeksam-bities? “Het Wetenschapsbureau van het Maasstad Ziekenhuis kan tips en feedback geven. Ze hebben bijvoor-beeld geholpen mijn onderzoeksvraag te specificeren.” Verwacht ze vervolgonderzoek te doen? “Het is interessant om straks via observationeel onderzoek na te gaan of min-der patiënten complicaties hebben. En of patiënten gemiddeld sneller naar huis kunnen dan voorheen.”






