Een verwarmingsdeken is één van de interventies die kan worden ingezet bij patiënten met hypothermie. Daphne van der Maas, werkzaam op het Observatorium, onderzocht hoe de verwarmingsdeken in de praktijk wordt gebruikt en deed verbetervoorstellen. Dat resulteerde in een compact en helder protocol.
Daphne van der Maas werkt inmiddels ruim zes jaar op het Observatorium. Binnenkort start ze met het laatste jaar van haar hbo-opleiding, waarvoor ze onderzoek deed naar het gebruik van de verwarmings-deken in het Observatorium. Zij vertelt waarom: “Wij vangen met enige regelmaat patiënten op met milde hypothermie. Er is duidelijk vastgelegd dat de verwarmingsdeken wordt ingezet bij een temperatuur onder de 35°C, maar over het gebruik ervan is altijd veel onduidelijkheid en discussie. Omdat dit het zorgproces kan vertragen, vond ik het een mooi onderwerp voor mijn onderzoek.”
Behoefte aan protocol
Van der Maas deed kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Het kwantitatieve onderzoek maakte duidelijk hoezeer dit onderwerp leeft: ruim 95 procent van haar Observatorium-collega’s vulde een vragenlijst in. In aan-vulling hierop nam Daphne een aantal verdiepende interviews af.
“HET PROTOCOL IS INMIDDELS KLAAR EN EN STAAT LIVE.”
Het onderzoek bevestigt dat er weinig uniformiteit is in het gebruik van de verwarmingsdeken. Daarbij vallen ook de verschillen op tussen de SEH (Spoedeisende Hulp), waar dikwijls wordt gestart met de deken) en het Obser-vatorium op. Door het ontbreken van een protocol met gebruiksaanwijzing op de SEH wordt de deken wel eens over de kleding aangebracht, maar dat vertraagt het opwarmingsproces. Een belangrijke aanbeveling van Van der Maas is het ontwikkelen van een protocol, zodat voortaan op uniforme en veilige wijze met de verwarmingsdeken kan worden gewerkt. Ook doet zij de aanbeveling om altijd een rectale thermometer te gebrui-ken, aangesloten op de monitor. “Zo kunnen we continu de temperatuur van de patiënt volgen en hoeven we niet elke keer langs te komen met de oor-thermometer. Dat scheelt de collega’s tijd maar biedt vooral de mogelijk-heid om snel in te grijpen als de temperatuur te snel stijgt of helemaal niet stijgt.”
Verpleegkundige observaties
Het protocol is inmiddels klaar en staat live. In het proto-col is onder meer uitgewerkt hoe je de deken moet gebruiken, wat daarbij de aandachtspunten zijn, welke complicaties er kunnen optreden en wanneer overleg met de arts nodig is.
Van der Maas illustreert wat ze met ‘veilig gebruik’ bedoelt en welke verpleegkundige observaties er gedaan moeten worden bij gebruik van de verwarmingsdeken. “In het protocol is vastgelegd dat we elk uur de EWS (Early Warning Score)-controles doen. Als je patiënt bijvoorbeeld te snel opwarmt, kan de bloeddruk heel snel dalen. Ook controleren we elk uur de huid op afwijkingen. Als de deken niet goed ligt, kan de slang met warme lucht bijvoorbeeld tegen een been of voet aankomen. Dat kan zorgen voor brandwonden, zeker bij kwetsbare zorg-vragers met een gevoelige huid. Bij patiënten die wat beweeglijker of verward zijn, moet je extra goed in de gaten houden of de deken nog goed ligt. Dan kijk je zeker elk kwartier wel even of het goed gaat met de patiënt.”
Verschillende interventies
De verwarmingsdeken is een intensieve interventie die vrij incidenteel wordt ingezet. Van der Maas schat in dat dit op het Observatorium gemiddeld een keer per maand gebeurt. “In het protocol is vastgelegd dat we in principe altijd starten met passieve opwarmtechnieken. Dan heb je het over de patiënt goed inpakken, warme dranken laten drinken, laten rillen en natte kleding uittrekken. Als deze passieve technieken onvoldoende effect hebben, kunnen we de verwarmingsdeken inzetten.”
Het Observatorium ziet dat patiënten behoorlijk verschil-lend reageren op de verwarmingsdeken. “Sommige mensen warmen best snel op, maar we moeten ervoor waken dat dit niet te snel gebeurt. We streven naar een opwarming van 1 à 2°C per uur. Bij 35°C gaat de verwar-mingsdeken uit en blijven we goed volgen of de patiënt zichzelf op temperatuur kan houden.”
“WE STREVEN NAAR EEN OPWARMING VAN 1 À 2°C PER UUR.”
Follow-up in de rest van de organisatie
Het protocol is ontwikkeld voor het Observatorium. “Het ziekenhuis is terughoudend om de verwarmingsdeken bijvoorbeeld ook op verpleegafdelingen in te zetten. De deken vraagt om intensieve monitoring, daar zijn de stan-daard verpleegafdelingen niet op ingericht.”, aldus Van der Maas. Zij hoopt dat de SEH wel bepaalde elementen uit het protocol zal overnemen.






