Maxime Biesheuvel en Suzette de Ruiter zijn regieverpleegkundigen op de verpleegafdeling Maag-, Darm- en Leverziekten (MDL). Zij doen onderzoek naar een non-farmacologische interventie bij misselijkheid: alcoholgeur opsnuiven van een met alcohol doordrenkt gaasje. Elders zijn hier al positieve ervaringen mee opgedaan.
Maxime Biesheuvel en Suzette de Ruiter zijn regieverpleegkundige sinds 2022. “Misselijkheid is in de gezondheidszorg een actueel onderwerp. Ook op onze afdeling komt het veel voor. Omdat dit het herstelproces kan vertragen was het interessant om hier onderzoek naar te gaan doen”, zegt Suzette. Het opzetten van een grootschalig onderzoek is voor Maxime en Suzette geen dagelijkse kost. Om ondersteuning te krijgen, hebben ze daarom al in een vroeg stadium con-tact gezocht met Serena Bruens, adviseur bij het Wetenschapsbureau.
Onderzoeksopzet
“Serena Bruens heeft met ons meegedacht over het opzetten van het onderzoek en welke stappen we moeten nemen. Ook heeft ze geholpen bij het formuleren van een goede onderzoeksvraag en het uitwerken van een onder-zoeksopzet. Bij zo’n onderzoeksopzet komt veel meer kijken dan wij wisten. Je moet bijvoorbeeld ingaan op dataverzameling, werving en selectie, meetmethoden en onderzoeksmethodiek”, vertelt Suzette. Maxime vult aan: “Het was heel fijn om te zien hoeveel collega’s in de orga-nisatie bereid waren om met ons mee te denken. Met vragen konden we bijvoorbeeld ook altijd terecht bij de afdeling Business Intelligence.”
Mogelijke interventies
De eerste fase van het onderzoek bestond uit een litera-tuurstudie. Maxime: “Normaal gesproken krijgen patiënten medicatie tegen de misselijkheid. Om een idee te geven: op onze afdeling werd dit soort medicatie vorig jaar circa 800 keer voorgeschreven (cijfers verkregen van Business Intelligence). De frequentie waarmee de medica-tie werd gegeven, varieerde van 1-3 keer per dag. De literatuur maakte duidelijk dat er ook alternatieve inter-venties mogelijk zijn. Je kunt bijvoorbeeld veel doen met geur, smaak of cognitieve gedragstherapie.”
Maxime en Suzette brachten de voor- en nadelen en de kosten van verschillende interventies in kaart. Over de nadelen van medicatie zegt Suzette: “Deze interventie kost verschillende professionals tijd. De arts beoordeelt de situatie van de patiënt en schrijft de medicatie voor, de apotheker levert de medicatie, en de verpleegkundige dient de medicatie toe. Vaak moet de verpleegkundige ook nog aanvullende handelingen doen, zoals het maken van een hartfilmpje of bellen met de arts. De medicatie kan ook bijwerkingen hebben en sommige patiënten gebruiken sowieso het liefst zo min mogelijk medicatie.”
“MEDICATIE KAN OOK BIJWERKINGEN HEBBEN EN SOMMIGE PATIËNTEN GEBRUIKEN SOWIESO HET LIEFST ZO MIN MOGELIJK MEDICATIE.”
Ruiken aan gaasje met alcohol
Maxime en Suzette besloten om het praktijkonderzoek te richten op een alternatieve interventie: de patiënt kort laten ruiken aan een met alcohol (70%) doordrenkt gaasje. Maxime legt uit: “Door te focussen op de geur houd je je hersenen eigenlijk voor de gek en vermindert de misse-lijkheid. Binnen oncologie en met zwangere vrouwen zijn hier al positieve ervaringen mee opgedaan. Wij zijn de eersten die dit onderzoek doen op een afdeling MDL. In onze optiek ligt deze interventie het meest voor de hand en is hij eenvoudig te implementeren. De gaasjes en de alcohol zijn immers al voorhanden op de afdeling. Voor een andere interventie was bijvoorbeeld verse gember nodig. Dat roept direct de vraag op hoe je dat veilig inkoopt en bewaart, en het is ook nog eens een stuk duur-der.”
De MDL-artsen zijn enthousiast over het onderzoek. Zodra zij en de raad van bestuur groen licht geven voor het praktijkonderzoek, gaat dat van start. Suzette: “Het is belangrijk dat er goede afspraken met de artsen worden gemaakt. Bijvoorbeeld over het aantal minuten dat je de interventie inzet en over het inzetten van een medicamen-teuze behandeling als het beoogde gewenst effect uitblijft.”
“DOOR TE FOCUSSEN OP DE GEUR VAN ALCOHOL HOUD JE JE HERSENEN EIGENLIJK VOOR DE GEK EN VERMINDERT DE MISSELIJKHEID.”
De eerste ervaringen
Tot de feitelijke start van het praktijkonderzoek worden al wel de eerste ervaringen opgedaan. Maxime: “Als regie-verpleegkundigen vertellen we de collega’s regelmatig waar we mee bezig zijn. Zij vinden dit onderzoek interes-sant. We horen al regelmatig collega’s zeggen: ‘ik heb toch maar eerst even een gaasje geprobeerd…’ De ver-pleegkundigen kunnen deze interventie op eigen initiatief inzetten, de beoordeling daarvan maakt deel uit van hun professie. Uiteraard moeten ze wel goed noteren wanneer de interventie is ingezet en of het al dan niet heeft gewerkt.”
Kennis delen
Het is nu nog niet te zeggen in hoeverre deze alternatieve interventie ook op andere plekken kan worden toegepast. Maxime: “Als ons onderzoek aantoont dat patiënten daadwerkelijk baat hebben bij deze interventie, zullen we de onderzoeksresultaten publiceren op ons intranet en delen op de kennisbank van de Santeon ziekenhuizen. Ook nemen we de resultaten mee in het overleg met regieverpleegkundigen van verschillende ziekenhuizen.”






